dinsdag 26 juli 2011

Afhankelijk onafhankelijk

Over het algemeen hebben de meeste mensen de behoefte om ergens bij te horen. Dat is heel normaal, want we willen graag voelen dat we een belangrijk onderdeel van het grote geheel zijn. Maar zodra we (eindelijk) ergens deel van uitmaken, willen we ons weer onderscheiden - de een echter wat nadrukkelijker dan de ander. Dit komen we op ieder niveau tegen en iedereen kent dan ook zowel het beeld van de willekeurige mevrouw Jansen die ietwat schuchter toetreedt tot de zangvereniging, daar een paar jaar later voorzitster wordt en vervolgens beslist dat een zekere mevrouw de Vries geroyeerd moet worden omdat ze vals zingt en deze voor haar bovendien toch al onuitstaanbaar was, als het beeld van een willekeurige, idealistische politicus die zich met al zijn goede bedoelingen - en onmisbare steun van partijgenoten en vele anderen - hogerop werkt en zich een aantal jaren later vergrijpt aan machtsmisbruik. ‘Ziezo, ik ben binnen en nu zal ik zorgen dat de samenleving wordt ingericht op een manier die volgens mij het beste voor ons allemaal is. Of in ieder geval mij het beste uitkomt.’

We willen ons graag uniek en onafhankelijk voelen en we zijn daarbij op zoek naar een hogere intensiteit van beleving. Ieder mens heeft dan ook wel een beeld van wat het beste voor ons is - althans, dat denken we vaak. We richten de wereld dan ook het liefst in naar dat beeld, naar onze eigen inzichten, - vermogens en - behoeften. En omdat wij mensen graag vat op de zaak hebben, hebben we prachtige groepsverbanden gecreëerd die ons van de wieg tot het graf zullen ‘bijstaan’ en ‘adviseren’, vanuit grote en kleine kaders op wereldniveau, Europees niveau, landelijk niveau, gemeentelijk niveau, kerkelijk niveau, buurtniveau, verenigingsniveau, familieniveau, en bedenk er zelf nog maar een paar.
Voor sommige kaders kiezen we niet (helemaal) zelf, maar van anderen maken we maar al te graag deel uit. Denk bijvoorbeeld even aan de willekeurige mevrouw Jansen en voornoemde politicus.

Binnen deze kaders (groepen, samenwerkingsverbanden, relaties, etc.) wordt, al dan niet democratisch, besloten wat het beste is voor hen die er onderdeel van zijn. Er worden daarom, ook weer op elk niveau, regels en wetten opgesteld waaraan je natuurlijk zult moeten voldoen – we moeten de boel natuurlijk wel in de hand zien te houden. Als je het er niet mee eens bent praat je erover, stap je op, krop je het op, of blijf je de eeuwige mopperaar. En als je ergens niet (gemakkelijk) uit kunt stappen – denk even aan hoe moeilijk dat bijvoorbeeld in een samenleving kan zijn – en je het hoofd toch boven het maaiveld blijft uitsteken, zul je waarschijnlijk als laspak worden gezien en als je pech hebt ook als zodanig worden behandeld.

Als je jouw persoonlijke (oorspronkelijke) basis als vertrekpunt van een spiraal ziet en de verdere beweging als de weg die je aflegt, zal je opvallen dat er altijd contact met het vertrekpunt bestaat. Je staat daarom - hoe dan ook - in contact met je/de basis, en dus is het aan te raden deze goed te (leren) kennen, om er vervolgens een hechte band mee aan te gaan. Het is per slot van rekening altijd goed om een betrouwbare vriend als jezelf te hebben, waar je nog eens op terug kunt vallen.
Tegelijkertijd bevinden wij ons gezamenlijk in de ‘spiraal’ van het bestaan, want gemeenschappelijk hebben we natuurlijk ook ergens een oorsprong. En zo hebben we te maken met meerdere oorsprongen die van belang zijn. Oftewel, we kunnen niet zonder elkaar.
Zonder anderen zouden we er al niet eens zijn en toen we ter wereld kwamen moesten we bovendien met veel onmisbare aandacht worden verzorgd. We hadden het anders niet kunnen overleven.

We leven dus vanuit ons eigen perspectief met het perspectief van de ander, binnen een gemeenschappelijk perspectief. En nee, het is dikwijls geen gemakkelijke opgave om daarbinnen een gewenst doel te bereiken waar iedereen (gelijktijdig) gelukkig van wordt. Het staat dan ook als een paal boven water dat we zullen moeten samenwerken om tot een zekere gemeenschappelijke gelukzaligheid te komen.

Ik heb natuurlijk niets nieuws verteld. Eigenlijk heb ik gewoon gezegd dat we niet moeten denken dat we (samen) gelukkig zullen worden als je als individu, zonder om te zien naar anderen, een gewenste positie zult bereiken. Op welk niveau dan ook.  We zullen altijd moeten beseffen dat we niets helemaal zonder een ander kunnen bereiken. Ieder mens heeft aandacht en liefde nodig en dus is het handig om ook rekening met de ander te houden en hier en daar eens iets te doen voor die ander. En dan heb ik het natuurlijk niet (alleen) over bedragen overmaken op gironummers, maar vooral over oprechte aandacht van binnenuit, over begrip kunnen tonen door je eens te verplaatsen in de ander, over het kunnen geven van eerlijke feedback en het de ander een stukje persoonlijk geluk kunnen gunnen.

‘Het mooiste wat je kunt worden is jezelf’, luidt een veelgehoorde kreet en dat is helemaal waar, want voor ieder individu begint en eindigt het met en bij zichzelf. Als je kunt worden wie je diep van binnen (al) bent trek je als het ware een ‘jas’ aan die je helemaal past, waar je je lekker in voelt en waarin je zichtbaar zult stralen. Vergeet alleen niet dat de weg naar onafhankelijk geluk (mede) bereikt wordt door onze afhankelijkheid.

dinsdag 19 juli 2011

Het andere antwoord

Op de spaarzame momenten dat Evert nog thuis was zakte hij vrijwel onmiddellijk weg in een diepe slaap. Of dat nu onderuitgezakt op de bank was of direct in bed. Lang slapen was er echter niet meer bij, want er moesten veel achterstanden worden weggewerkt. Zelfs in het weekend werd er onafgebroken gewerkt. Pauze was voor hem een woord uit het verleden.
De gesprekken die Evert en Irene met elkaar hadden gingen alleen nog maar over zijn werk en vooral over het feit dat hij er flink de balen van had. Al geruime tijd had hij een fikse tegenzin in de salesbaan die hij nu alweer 12 jaar uitoefende en vooral Irene was al lange tijd niet te spreken over de belachelijke hoeveelheid overuren die hij maakte voor het bedrijf, terwijl er geen goed woord over de zaak meer over zijn lippen kwam.
Met diepe zwarte kringen onder zijn vermoeide ogen straalde hij stress en lusteloosheid uit, terwijl zijn bewegingen druk en gespannen waren. Veel liever zou hij zijn eigen bedrijfje met eerlijke producten zijn gestart. Hij wist immers zeker dat er markt voor zou zijn. Met het zetten van de stap wilde hij echter nog even wachten, omdat hij het goed wilde organiseren.
Vanuit zijn ‘veilige’, werkzame leven was hij alvast begonnen om via internet houten beelden uit Bali in te slaan en deze via Marktplaats te verkopen. Ze verkochten lekker en hij verdiende er goed mee bij. Vorig jaar hadden ze van het geld zelfs een mooie verre reis kunnen maken, waardoor ze een bezoek hadden kunnen brengen aan het dorp op Bali, waar de beelden werden vervaardigd. Hij was er nog enthousiaster van geworden en kon aan niets anders meer denken dan aan zijn gedroomde bedrijfje.
Na de vakantie investeerde hij in het huren van een opslagruimte en het inkopen van meer beelden en nu ook andere houten accessoires voor in de tuin. Familie, vrienden en kennissen waren erg enthousiast en hadden ook al het een en ander van hem gekocht. Door mond-tot-mondreclame kwamen mensen uit de gehele omtrek op de producten af. Het liep als een trein.

Op een zeker moment was het slechter gegaan met het bedrijf waar Evert in loondienst was. Er moest flink worden bezuinigd en dat betekende dat er ontslagen vielen. Evert was een van de weinigen die mocht blijven, terwijl de dreiging bleef. Er werd echter meer van hem verwacht en de druk liep steeds hoger op. De meeste provisies kwamen te vervallen en iedereen werd keihard afgerekend op niet gehaalde targets. De sfeer was om te snijden en er ontstond meer dan ooit tevoren een wereld van ieder voor zich.

Irene had het allemaal zien gebeuren, keek naar haar gesloopte echtgenoot zei; “Dit is je kans, Evert”. Hij had haar vragend aangekeken en gevraagd wat ze bedoelde. “Volgens mij is dit een teken dat je je energie beter in je eigen project kunt gaan steken. Nu word je opgevreten door je baan en dat breekt je vroeg of laat een keer goed op.” Evert had het nog niet helemaal begrepen. “Hoe kan dat nou”, had hij gezegd, “die sprong is veel te groot. Ik heb mijn eigen zaakje nog niet eens op orde en ik vraag me zelfs nog af of ik er ooit nog wel tijd in kán steken, want de spaarzame tijd die ik nog over heb naast dat akelige rotwerk, gaat op aan in slaap vallen op de bank. Ik kan echt geen antwoord bedenken hoe ik hier los van ga komen. Ik trek het gewoon niet meer.”
Hoe Irene het hem ook trachtte duidelijk te maken, en hoe vaak ook, het kwartje viel niet bij Evert.

Na de zoveelste woordenwisseling pakte Irene resoluut een tas in en vertrok naar haar zuster. “Kom jij eerst maar eens tot jezelf. Ik weiger nog langer onder een dak te leven met een vent die zichzelf in een ongelukkige zombie verandert. Het wordt tijd dat je eens voor je eigen geluk - en dus ook dat van mij -  gaat kiezen. Dit is niet het leven waar ik voor kies.” Dit was de boodschap waarmee ze hem op een vroege vrijdagavond achterliet. De manier waarop ze had gekeken en hoe vastbesloten ze in haar auto was gestapt, deed Evert ineens beseffen dat het haar menens was. Met verbazing had hij haar nagekeken en tevergeefs had hij haar getracht te bellen op haar mobiel. Die stond uit.
Na een zeer onrustige nacht was zij nog steeds niet bereikbaar en toen hij het vaste nummer van Irene’s zus belde, vertelde deze hem dat hij haar beter even met rust kon laten.

Evert piekerde zich suf en ijsbeerde al geruime tijd door de woonkamer toen hij de schuifpui opende. De zuurstofrijke buitenlucht kwam hem tegemoet en deed hem wonderwel goed. Ondanks zijn vermoeidheid werd hij zich gewaar van de zon, die de blauwe en roze kleuren van de hortensia’s intens bescheen. Een heerlijkheid aan kleuren en geuren waaide hem vanuit de late, warme ochtend zachtjes tegemoet. Even leek hij te vergeten hoe het leven zich momenteel afspeelde.
Hij slenterde over het gazon de diepe tuin in en leunde op een houten bankje aan de waterkant. Hier was hij lang niet geweest en hij verbaasde zich over hoe goed de tuin door Irene was bijgehouden. Met een diepe zucht zeeg hij neer op het bankje en staarde over het meer waaraan de tuin zich bevond. Hij besefte hoe heerlijk het geluid van het tegen de oever klotsende water klonk en verzonk erin. Ineens viel het hem op dat de vogels ook hun best deden om de oren te strelen en hij blikte naar de hemel, waar de ene scholekster de andere najoeg.
Hij ontspande en keek vol verwondering naar de pracht die hem omringde. Een pracht waar hij middenin woonde, maar die hij lange tijd niet had waargenomen. Zijn ademhaling werd rustiger en gelijkmatiger en hij legde zijn rechterhand op zijn hart om te voelen hoe kalm het klopte.
Tijdsbesef verdween even en hij ging op in zijn omgeving. De wind wakkerde zo nu en dan heftig aan, dwarrelde en tuimelde, om dan ineens weer even te gaan liggen. De bomen, de struiken en het riet bewogen onrustig alle kanten op en ineens zag hij in de natuur een afspiegeling van zijn huidige leven. Ook dat had zich de laatste maanden onrustig bewogen. Emotionele ups en downs hadden hem onrustig gestemd, ze hadden zijn privéleven alle kanten op doen waaien en zo nu en dan was het Irene geweest die zijn ‘levenstuin’ nog wat had kunnen kleuren. En ja, logisch dat zij onrustig werd van de onberekenbare ‘wind’ die zijn emoties teweeg brachten en waarmee hij haar als een verwaaide struik dreigde achter te laten.

De wind werd ineens minder heftig en nam een wending in een duidelijke richting. Pal het water over.  Een korte regenbui volgde en schuilend onder het afdak op de veranda, sloeg Evert de overtrekkende donkere wolk gade. Dit was wat hij ook moest gaan doen; een duidelijke richting zoeken en de boel nu maar eens schoonspoelen.

Hij zuchtte wederom diep toen het ophield met regenen. De bui was het meer overgewaaid en verdween met de steeds kleiner wordende, donkere wolk richting de horizon. Inmiddels had de zon weer vat op de tuin gekregen en bracht het kleurenpalet opnieuw tot leven. Damp steeg op vanaf het gazon en de begroeiing en het rook heerlijk fris. “Tjonge, nooit gedacht antwoord uit mijn tuin te krijgen,” sprak hij hardop en besloot resoluut het roer in zijn leven om te gooien. Hoe dat zou uitpakken wist hij nog niet, maar zijn eigen geluk kon hij beter niet door zijn baas laten bepalen. Dat was ondertussen overduidelijk gebleken.

maandag 4 juli 2011

Onthoud alvast maar wie je (al) bent

Omdat ik in mijn praktijk nogal eens wat mensen spreek die ineens wakker zijn geworden in vertwijfeling over hun huidige leven - bijvoorbeeld over gemaakte keuzes, voorgehouden bestemmingen, toekomstige beslissingen, zoals bijvoorbeeld tijdens een midlifecrisis - heb ik besloten mij ter preventie te richten tot de ongeborenen onder ons…..

Let op, want al vanaf dat men weet dat je in aantocht bent, wordt er al een ‘hokje’ voor je gereserveerd. Welk 'hokje' dat precies zal worden is afhankelijk van bijvoorbeeld de sociale klasse, het ras, de religie, etc. van je ouders. Bij binnenkomst heb je de eerste ‘labels’ dus alvast te pakken en kan het indelen der kaders verder ‘verfijnd’ worden. Zo houden we het overzichtelijk en efficiënt.
Al gauw zul je in een stroomversnelling geraken; je krijgt een naam, een Burger Service Nummer, een verzekering, een medische controle, een aantal inentingen en nog veel meer moois. Maak je niet druk, want dit wordt voor je geregeld vanuit het netwerk rond je ouders. Althans in onze samenleving.

Er zal onmiddellijk met de ontwikkeling van je fysieke en verstandelijke vermogens worden begonnen, zodat z.s.m. een geschikte en productieve plek voor je kan worden gevonden in deze georganiseerde maatschappij. Je zult op de voet worden gevolgd, maar het is natuurlijk wel van belang dat je ouders, of verzorgers ook goed opletten. In het begin is het voor jou namelijk nogal lastig om daar zelf zorg voor te dragen, zoals je waarschijnlijk al weet.
Zodra je wat gemakkelijker zelf kunt bewegen en nadenken zou ik  - als ik jou zou worden - zo snel mogelijk zelf goed gaan opletten en reageren, want er komen een heleboel mogelijkheden op je af. Niet dat je daar (vooral in het begin) altijd heel veel invloed op kunt uitoefenen, maar het is wel lekker als je het een beetje in de gaten houdt. Sommige sporen willen namelijk nogal eens gaan afwijken van dat wat (werkelijk) bij je past. Je wordt dan wel regelmatig van alle kanten getest en beproefd, maar testen kunnen onder invloed van bijvoorbeeld tijdsdruk, stress, interpretatie of verschil in berekening, nogal eens anders uitwijzen dan aanvankelijk werd verwacht. Voordat je het weet zit je in een ‘hokje’ waarin je je niet lekker voelt; hangt er een label om je nek waaraan je niet helemaal voldoet omdat het niet volledig met jou klopt.

Mijn tip luidt dan ook te blijven wie je (in essentie) al bent en voortdurend de daarbij bijpassende ervaringen en ondervindingen in de gaten te houden. Hoe een oordeel, een test, een examen, of iets dergelijks dan ook uitvalt, jij bent dus gewoon wie je al was en dat houd je voor ogen.
Daarbij wil ik graag nog even vermelden dat (test)uitslagen als meetpunt of indicator beter worden ervaren dan als definitieve uitslag of oordeel. Het begrip ‘falen’ zal daardoor een minder belangrijke lading krijgen dan hier op dit moment nogal eens wordt ervaren. Dat zal ook schelen.

Als anderen je proberen te pushen, of lijken af te leiden, weet dan dat ze dit meestal goed bedoelen. Ze staan nu eenmaal onder druk van het systeem waarin je hier terechtkomt en weten meestal niet (meer) dat je eigenlijk alleen maar hoeft te worden wie je al bent.
Dat begrippen als ‘goed’ en ‘fout’ her en der nogal eens verschillen, zal je op een gegeven moment ook wel gaan opvallen. Over het algemeen zijn deze vastgelegd in de normen en waarden van een of meerdere onderdelen binnen de samenleving, maar ik geef je op een briefje dat je steeds beter zult gaan voelen wat die begrippen voor jou persoonlijk zullen inhouden.

We zijn hier met velen en van een groot aantal van ons kun je zeker veel opsteken. Per slot van rekening hebben we hier al een schat aan ervaring. Stel dus gerust vragen aan ons, steek je licht eens elders op, luister eens naar adviezen, onderzoek eens iets, verplaats je eens in de ander, probeer gewoon eens iets anders dan je al geleerd hebt, leer eens wat bij en gun ons ook eens een kijkje in jouw leven. Maar blijf vooral trouw aan wie je (al) bent. Sluit een innige vriendschap met jezelf en besef dat je daarmee het dichtst bij jouw unieke mogelijkheden komt om tot persoonlijk geluk en vervulling te komen - al dan niet met door jou aanvaarde hulp (van wat - of wie dan ook).

“Onthoud dus alvast maar wie je (al) bent. Dat scheelt vaak een heleboel gedoe onderweg. Veel succes!”

woensdag 8 juni 2011

De afspiegeling van je vroegere schoolklas

Ik kan me nog goed herinneren dat ik werd geboren - misschien overdrijf ik een beetje. Ik merkte onmiddellijk dat ik de enige baby in het gezin was. Mijn vader en moeder waren duidelijk al een stukje ouder, waardoor ik het gevoel kreeg dat ik als nieuwkomer een uniek exemplaar moest zijn. Zo leek ik overigens ook behandeld te worden, want ik merkte dat iedereen zich voornamelijk tot mij richtte. Men was vriendelijk, stopte me van alles toe en bezigden een taal die ik steeds beter begon te begrijpen.
Thuis waren we gezellig met z’n drieën, maar binnen de kortste keren raakte ik ook vertrouwd met andere leden van de familie, waarvan er een aantal regelmatig over de vloer kwamen. Ik begon mijn opa’s en oma’s beter te kennen, maar ook ooms tantes en mijn eerste neef, die al een half jaar eerder was gearriveerd. Iedereen leek een eigen karakter te hebben en ze voelden steeds vertrouwder aan.
Na verloop van tijd werd duidelijk dat mijn moeder een nieuw gezinslid ging voortbrengen en inderdaad, ik kreeg een zusje. Ik merkte dat er iets was veranderd. Baby’s waren kennelijk nogal in trek, want daar ging heel veel aandacht naar uit. Gelukkig had men mij daar al wat op voorbereid door te vertellen dat ik een grote sterke broer zou worden. Toen het zover was heb ik deze verantwoordelijke taak dan ook meteen maar op me genomen. Althans, zoals ik dacht dat het goed was - zo goed en zo kwaad als het ging.
Er ging echter nog veel meer veranderen, want ik zou een nóg grotere jongen worden. Men bracht mij namelijk naar een zogenaamde kleuterschool. Ik vond het in het begin maar niks, want hier bevond ik mij in een totaal andere groep dan ik van huis uit gewend was. Er golden hier andere regels dan thuis. De kinderen bleken in veel opzichten van elkaar te verschillen, maar iedereen moest er vooral luisteren naar een dame die we ‘juf’ moesten noemen. Ze leek ongeveer zo oud als mijn moeder en deelde met een zekere hand de lakens uit. We moesten ‘netjes’ met onze armen over elkaar aan kleine tafeltjes zitten, liedjes zingen, papiertjes vouwen, matjes vlechten, prikken in papier op een matje, knippen met botte schaartjes, tekenen met potloden in een ongewenste kleur omdat jouw mooiste kleur altijd al in gebruik was van een ander en nog veel meer dingen waar ik overigens sterke voorkeuren in ontwikkelde. Alles was strak geregeld en we werden doorlopend gecorrigeerd. ‘Let eens op’, ‘doe eens niet’, ‘zit eens recht’, ‘nee, niet het haar van Petra afknippen’, etc.

Kennelijk was ‘verandering’ een belangrijk thema, want er ging nog veel meer veranderen. We verhuisden en ik kwam op een andere kleuterschool terecht. Er waren andere kinderen en een aantal van hen hadden zelfs een andere kleur, maar het werkte er allemaal volgens hetzelfde principe. Samen voelden we ons inmiddels groter dan de kleuters die in de eerste klas zaten. Wij konden immers al beter luisteren, beter knippen, beter plakken, etc. En net toen ik eraan gewend raakte, gingen we ineens naar een grotere school. Er waren hier veel meer klassen en heel veel grotere kinderen. We waren hier dan ook ineens weer de kleintjes en er bleek nog meer van ons verwacht te worden. 
Er was een jongen die een heleboel dingen niet zo goed snapte. Ik vond dat eigenlijk geen probleem, want zo was hij gewoon. Maar binnen de kortste keren verdween hij naar een school waar nog meer kinderen zouden zitten die het allemaal niet zo goed snapte. ‘Hij kan niet goed leren,’ werd er gezegd. Hierdoor begon het me ineens op te vallen dat er ook kinderen waren die alles juist in een keer snapten, of dingen al lang wisten voordat de meesten van ons het wisten. Enkelen van hen wisten dat ook duidelijk van zichzelf, want dat zag je aan hun houding en oogopslag.
Termen als ‘de beste’ en ‘de slechtste’ werden onderling steeds meer gebezigd. Dat zinde me niet maar ondanks de steeds grotere verschillen wilde iedereen kennelijk toch bij de groep blijven horen. Men deed van alles om te laten zien dat hij/zij ergens goed, of uniek in was. Ik vond het alleen een beetje vervelend dat daar door sommigen kennelijk een soort wedstrijdje van werd gemaakt.

Het thema ‘verandering’ had een nieuw thema voortgebracht en dat heette ‘onderscheid’. Als je hier niet beter in was, dan probeerde je daar wel beter in te zijn. Mijn specialiteit was te pas en te onpas bijdehante opmerkingen plaatsen. Ondertussen bleef de juf bij ons met grote nadruk hameren op rekenen en taal.
Tussendoor werd ons ook verteld dat iedereen een mens was; blank, zwart, rood, geel, dun, dik, lang of kort. We waren gelijk en zo moesten we elkaar ook behandelen. Jammer echter dat de onderlinge rapportcijfers anders uitwezen.  Ik zie nog de geïrriteerde gezichten voor me van leerkrachten die zaken soms niet uitgelegd kregen. Ik zag hun onmacht en ergerde me aan hun stemverheffingen en andere manieren waarop ze ons lieten merken dat je wel dom moest zijn als je iets niet begreep. En ja, je voelde al aankomen dat iemand het een keer niet ging pikken. Een paar ‘stoere’ jongens uitten hun frustraties in brutaal gedrag in de klas en kregen na verloop van tijd het etiket ‘onhandelbaar’ opgeplakt. Dat ze goed in de gymlessen waren telde hier blijkbaar niet in mee.
Het werd steeds lastiger. Sommigen waren er met hun hoofd niet eens helemaal bij. De een omdat we wisten dat er thuis van alles aan de hand was en de ander omdat hij, creatief als hij was, altijd maar wegdroomde. Ook dat was kennelijk niet de bedoeling.

Nee, met de (school)jaren werd het er beslist niet gemakkelijker op. Het viel me steeds meer op dat de verschillen tussen de kinderen steeds groter werden. Pas veel later begreep ik dat men dat ‘ontwikkeling’noemde, maar het dreef ons ook uit elkaar. Onze klas viel uiteen in steeds meer groepjes. De stoere jongens vormden een van de eerste groepjes die mij opvielen. Zij vertoonden tijdens het speelkwartier machogedrag. Ze pikten het niet als je geen ontzag voor ze had. Als ze in de klas gestraft werden bleven ze stoer kijken en lachten erom.
Daarnaast herinner ik mij een groepje van brave meisjes die alle ‘stoute dingen’ aan de juf doorvertelden.
Nog later werd mij duidelijk dat het een eigenschap van mensen is om elkaar, zowel bewust als onbewust, in ‘hokjes’ te plaatsen. Waar dat aan de ene kant voor verduidelijking zorgt, zaait het aan de andere kant onduidelijkheden. Vooral als men het gebruikt om te stigmatiseren. Macht kan nog wel eens een beperkende uitwerking hebben op strak onderverdeelde mensen, dus er is vast en zeker iemand die daar ook weer baat bij heeft, zullen we maar denken - ik wijd daar nu even niet over uit.

Als je goed oplet zul je zien dat in iedere groep waarin je verkeert (je werk, je vereniging, je postzegelclub, je gemeente, je land, etc.), een soort afspiegeling is te zien van je vroegere schoolklas(sen). Overal zien we de stoere bink, de durfal, de stille, het verlegen meisje, het mooiste meisje, de mafkees, de smeerkees, het braafste jongetje, de alternatieveling, de bolleboos, de drukke, de slome, etc.
Een verdere ontwikkeling laat zien dat, wanneer wij een mens van dichterbij leren kennen, er meer dimensies (persoonlijke eigenschappen, kwaliteiten, talenten) achter de persoon blijken te schuilen dan wij bij aanvang hadden waargenomen. We moeten dan bekennen dat we onze eerste indruk - ons al dan niet ‘ingefluisterd’ - onterecht voor waar hadden aangenomen. Schoolreünies kunnen van die leuke eye-openers zijn. ‘Jeetje, dat die mafkees nu mensen helpt. Nooit geweten dat hij dat ook nog in zich had.’

Verschillen zullen altijd blijven bestaan en dat is helemaal niet erg zolang je ook je eigen verschillen ziet en erkent en vooral beseft dat wij elkaar kunnen aanvullen en daardoor ook niet zonder elkaar kunnen.
Een schoolhoofd bestaat bij de gratie van leerlingen, de directeur van een groot bedrijf kan uiteindelijk wel inpakken als de gebouwen niet schoon worden gehouden en een staatshoofd heeft geen functie meer als zijn onderdanen massaal een andere nationaliteit aannemen.
De onderlinge verschillen binnen de groepen waarin wij verkeren, zullen wij samen moeten accepteren, maar ook respecteren. Als iedereen zowel zichzelf als de ander als een uniek en belangrijk onderdeel van het grote geheel ziet, is niemand meer onbelangrijk.

De leukste groepen waarin je kunt verkeren zijn die waar iedereen verschillend is en met een gerust hart zichzelf kan blijven.

donderdag 26 mei 2011

Kwetsbaar en gekwetst

Afgelopen mei (2011) stelde een actualiteitenrubriek een aantal misstanden aan de kaak die plaatsgevonden zouden hebben op de werkvloer van een vestiging van een sociale werkvoorziening (SW), bedoeld voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke en psychische beperkingen.
We hebben het dus over kwetsbare mensen, die onvoldoende hulpbronnen hebben om op eigen kracht bepaalde moeilijkheden en tegenslagen te overwinnen (Schuyt 1995) en om hun leven op de door hen gewenste manier vorm te geven.
Hoge werkdruk, een slechte benadering van de medewerkers en een sfeer waarin kritiek niet wordt getolereerd. “Slavenarbeid”, aldus een huilende medewerkster die onherkenbaar in beeld werd gebracht.
In de uitzending wilde het bedrijf niet reageren, maar achteraf gaf de directeur via de geschreven kanalen aan erg geschrokken te zijn van het beeld dat in de uitzending werd geschetst. “We betreuren dit”, werd gezegd. De organisatie zou er een moeten zijn waar zorgvuldig met medewerkers wordt omgegaan. Daarbij werd verklaard dat zij er immers in geïnvesteerd zouden hebben, via o.a. de instelling van vertrouwenspersonen, een integriteitsbeleid en een goede klachtenprocedure. “Blijkbaar heeft nog niet iedereen die weg intern gevonden”, aldus de directeur.
Een andere woordvoerder vulde aan dat ze juist bezig waren om medewerkers te stimuleren duidelijk aan te geven wanneer er sprake is van ongewenst gedrag. “Dat kan ook anoniem.” Naar aanleiding van een aantal vragen werd geopperd dat die boodschap misschien niet goed doorgekomen zou zijn. Het zou misschien kunnen dat de begeleiding op de werkvloer het doorgeven van klachten door een intimiderende houding wellicht tegen zou houden. Er zou al mee zijn begonnen dit grondig uit te zoeken. “Voor ons geldt: elke klacht is er één teveel”, aldus de woordvoerder.

Men heeft kennelijk even de tijd genomen om een antwoord te formuleren vanuit een juridisch verantwoorde niet-wetenhouding.

De plaatselijke politiek is behoorlijk wakker geschud en de wethouder (Werk en Inkomen) heeft verklaard de zaak tot op de bodem te willen uitzoeken. Ook hier zijn alle woorden weer zorgvuldig gekozen, want niemand wil z’n handen branden.
De oppositie heeft gezegd dat er onmiddellijk orde op zaken moet worden gesteld bij de plaatselijke sociale werkvoorziening. Een raadslid zegt; “De sociale werkvoorziening hoort kwetsbare mensen een beschermende werkomgeving te bieden.” Ze stelt dat wanneer de organisatie deze bescherming niet kan bieden, deze niet voldoet aan de basistaak.

Iedereen hult zich in woorden die bij zijn/haar functie passen en ondertussen speelt de tv-uitzending zich opnieuw af in mijn hoofd. Ik zie medewerkers anoniem hun emotionele verslag doen van hun ervaringen. Er moet keihard doorgewerkt worden en toiletbezoek wordt beperkt door de deur op slot te houden en de sleutel slechts op aanvraag beschikbaar te stellen. Een van hen vertelt dat hij door een der begeleiders voortdurend tegen zijn onderbeen wordt geschopt. Toen hij hem vroeg waarom hij dat deed, kreeg hij als antwoord: “Omdat ik dat leuk vind.”
“Wie is die begeleider, wie heeft hem aangenomen, hoe komt het dat hij zo reageert, hebben goedwillende personeelsleden niets gemerkt, heeft helemaal niemand iets gemerkt, of hoe machtig en/of onmachtig waren betrokkenen?” Zomaar een paar vragen die me direct te binnen schieten.

In dit artikel wil ik me zeker niet bezighouden met het feit of deze gebeurtenissen al dan niet hebben plaatsgevonden. Ik kan dat niet, omdat ik er niet bij ben geweest.
Waar ik me wel mee bezighoud is dat dit soort geluiden mij niet aanstaan. Bezuinigingen waar wij als samenleving toe gedwongen worden (op welke wijze dan ook), oefenen een enorme druk uit die van bovenaf gestuurd wordt. En hoe zwaarder de druk die van boven wordt uitgeoefend op hen die zich daaronder bevinden, hoe meer druk er komt te staan op hen zie onderop de stapel liggen. Stel het je maar eens letterlijk voor.
Maar hallo, we hebben het hier over kwetsbaren en instanties die voorzieningen hebben bedacht om deze mensen een eervolle werkplek te bieden in onze samenleving. Je mag toch hopen dat het idealisme daarachter nog steeds wordt nagestreefd!

In de dierenwereld worden de zwakkeren veelal uitgestoten, aan hun lot overgelaten of zelfs gedood. Wij mensen hebben die neiging ook van oudsher, maar de evolutie van ons verstand, onze beschaving en onze ethiek hadden ons toch naar een hoger plan getild? Hadden wij democratische mensen niet bedacht dat het goed zou zijn dat wij elkaar als gelijken zouden behandelen?

Ik hoop dat alle bedrijven die zich vandaag de dag richten op sociale werkvoorziening, vanuit het oorspronkelijke ideaal zullen blijven denken en handelen. Dat de verantwoordelijken, ondanks de nodige bezuinigingen, voortdurend bewuste stappen zullen blijven zetten, waarbij het oorspronkelijke doel niet uit het oog raakt.
Het zou ook fijn zijn als men ‘bovenin de boom’ altijd zal blijven opletten wat er beneden precies gebeurt, zodat men zich achteraf niet hoeft te vermoeien met het formuleren van juridisch verantwoorde antwoorden op lastige vragen.
Tot slot wens ik van harte dat onze beschaving het verstand en de creativiteit kan blijven opbrengen, om de kwetsbaren onder ons goed en blijvend te beschermen tegen onmenselijke druk waar (vooral) zij weerloos tegenover staan.

“Kun je wel tegen zo’n kleintje,” kreeg je vroeger te horen als je als jongetje van de grote school een kleuter pestte. 

woensdag 18 mei 2011

Kiezen voor jezelf


Een poosje geleden sprak een manager met mij over een werknemer die bijna 3 maanden zwaar overspannen thuis had gezeten en sinds kort weer 2 ochtenden per week op therapiebasis aan het werk was. Op de tweede dag voerde hij een gesprek met deze medewerker en bekende dat hij vooral ook heel graag wilde weten wanneer hij weer volledig op hem zou kunnen rekenen. Hij was tot voor kort immers een van zijn beste krachten geweest, waar je bovendien altijd een extra beroep kon doen.
Tijdens het gesprek echter was hij zich vreselijk gaan irriteren aan het feit dat de werknemer vertelde dat hij tijdens een hulpverleningstraject had geleerd dat hij meer voor zichzelf moest gaan kiezen. “Vreselijk. Iedere keer herhaalde hij dat maar weer. Vroeger klaagde hij nooit en nu heb ik het gevoel dat hij de rem erop gooit. Ik snap best dat mensen het wel eens moeilijk hebben, maar erin blijven hangen hoeft toch ook weer niet. Volgens mij kan hij makkelijk weer het volledige proces in. Kiezen voor jezelf kan ook door je werkritme
weer op te pakken.”

De werknemer – laten we hem Herman noemen - was altijd een hard werkende en plichtsgetrouwe jongen geweest, maar langzaam maar zeker was hij vast gaan lopen. Vooral na het overlijden van zijn vader begon hij aan slapeloosheid te lijden, waardoor hij niet goed meer tot rust kwam. Steeds minder kon hij tegen dingen die hem per direct werden opgedragen, zoals onverwacht overwerk. Zijn enorme plichtsbesef en het ontbreken van assertieve vaardigheden, dreven hem uiteindelijk in een benauwde hoek en hij knapte volledig af.
Tijdens zijn ziekteperiode volgde hij een counsellingtraject en kwam er langzaam maar zeker achter hoe het zat. Hij zag dat hij van huis uit vooral had ‘geleerd’ zichzelf weg te cijferen. Ook zijn vader was zo plichtsgetrouw en moeder ging daarin mee omdat zij ook zo opgevoed was. Toen hij dit inzag, besloot hij ermee aan de slag te gaan.
Herman besefte dat, wanneer je dus eigenlijk niet luistert naar je eigen behoeften en voorkeuren, je er dan kennelijk voor kiest dat je omgeving voor je bepaalt. Je volgt dan wat anderen (de maatschappij, je familie, vrienden of je werkgever) het beste voor jou vinden. En dat terwijl diep van binnen jij alleen weet wat het beste voor je is. Herman zag nu in waarom hij het niet had kunnen volhouden.

’Trouw blijven aan jezelf, kiezen voor jezelf’ of ‘dicht bij jezelf blijven’, zijn termen die voor sommigen wellicht wat wazig klinken, maar ze betekenen niets meer en niets minder dan de keuzes te maken die in het leven het beste bij jou passen en die jou het meest gelukkig maken. Dit betekent beslist niet dat je geen rekening meer hoeft te houden met anderen en het wil niet zeggen dat je naar niemand meer hoeft te luisteren of dat je een egotripper moet worden.
Het gaat om positief zelfrespect en een sterk zelfvertrouwen. We hoeven niet altijd iedereen tevreden te houden, maar we kunnen wel tevreden zijn met onze eigen keuzes. Als we die op een assertieve manier aan onze omgeving kenbaar maken (begripvol naar de ander, terwijl je voor jezelf opkomt), zal daar in de meeste gevallen respect voor zijn.  En mocht dat niet het geval zijn, dan kan men zich afvragen welk doel het dient om nog samen in zee te gaan.

Herman dacht na over het feit waarom hij voor zijn huidige baan had gekozen. Gelukkig  kwam hij erachter dat hij hierin zijn eigen keuze had gemaakt. Het was een baan waarvan hij het gevoel had dat die bij hem paste en hij wist in ieder geval zeker dat hij deze niet had genomen om slechts zijn geld mee te verdienen.
Voor hem waren het zijn eigen grenzen die hij niet had kunnen stellen, waardoor hij uitgeput was geraakt. Als hij die op een assertieve wijze kenbaar had kunnen maken, was het mogelijk niet zover gekomen. Nu had hij nog wat tijd nodig om hieraan te werken.
Ik vertelde de manager dat hij met het tonen van begrip dichterbij Herman zou kunnen komen. Erkenning van zijn werkgever was immers wat hij op dat moment nodig had, zodat hij zich weer veilig op z’n ‘oude plek’ zou kunnen gaan voelen. Het achterwege laten van begrip en geduld zouden het genezingsproces eerder nog kunnen vertragen.
Met Herman gaat het inmiddels weer beter. “Ik ben blij dat mijn baas het begrijpt. Dat geeft me een goed gevoel, waardoor ik erin bevestigd word dat ik helemaal op mijn plek zit. Volgende week ga ik trouwens weer volledig aan de slag.”
Als je kiest voor dat wat jou inspireert (in werk en privé), waarin jij je passie, je kwaliteiten en je talenten kunt uitleven en ontwikkelen, werk je met de energie die bij jou past en kies je voor jezelf.

maandag 9 mei 2011

Een goed besluit komt van binnenuit

Gesprekken in mijn praktijk gaan bovengemiddeld vaak over het nemen van beslissingen en de angsten die mensen tegenhouden om ze te nemen.
Daar waar de een telkens opnieuw begint, zoals Paul van Vliet in “Ik ben zo vaak opnieuw begonnen” al eens zong, daar vindt de ander het moeilijk om een enkele eerste stap te zetten.
Dilemma’s zijn aan de orde van de dag, omdat de combinatie ‘wij’ en ‘het leven’ nu eenmaal om het maken van keuzes draait.

  • Neem ik die andere baan, of kies ik voor zekerheid en blijf ik op mijn huidige plek?
  • Laat ik mij voor de zoveelste keer aftuigen, of ga ik nu voorgoed bij hem weg?
  • Verkoop ik mijn huis en trek ik bij mijn geliefde in, of blijven we LAT’en?
  • Laat ik mij opnieuw leiden door die angst, of zet ik nu stappen om deze te overwinnen?
  • Ga ik door met eindeloos ploeteren, of ga ik opnieuw beginnen?
Soms weten we het even niet meer en blijven we een poosje wikken en wegen. We noemen dat twijfelen. De ongezonde vorm hiervan focust veelal op dat wat mis kan gaan, zodat de angst in stand blijft. Het doet ons weer op de plaats van vertrek belanden, waarmee een vicieuze cirkel ontstaat, met als resultaat verveling, irritatie, depressie, of zelfs wanhoop.
Gezonde twijfel echter, wikt en weegt en bekijkt voortdurend wat (beter) bij ons past. Het toetst onze gevoelens met de verstandelijke realiteit en maakt een ‘lijstje’ van minpunten en pluspunten, waardoor we van binnen wel besluitvaardig(er) worden, maar vanuit een andere onzekerheid nog steeds wachten om de knoop door te hakken.

Soms wordt de hulp van anderen ingeroepen bij het nemen van een beslissing. Veel goed bedoelde adviezen klinken als:

  • Ik zou er gewoon niet over inzitten…..
  • Als ik jou was zou ik….
  • Je moet gewoon…..
  • Wat mij heeft geholpen is…
Dergelijke adviezen gaan uit van de perceptie en/of de ervaring van de ander en zullen ons in veel gevallen helaas niet veel verder helpen. Bij het maken van een eigen keuze gaat het er namelijk vooral om dat het jou moet passen.
Wat handig is het dan als je jezelf goed kent. Als je weet wat je wilt en daarbij je persoonlijke kracht (kwaliteiten en talenten) kent, maar als je vooral het vertrouwen hebt dat je heel goed in staat bent om je eigen keuzes te maken. Ongeacht of deze nu leiden tot een (direct) succes, of je leren dat je een volgende keer ook anders kunt beslissen.

Geen keuze maken leidt natuurlijk ook tot een bepaalde zekerheid, we weten dan immers wat we zullen moeten (leren) aanvaarden.
Beslissen echter, is hoe dan ook cruciaal om aan de verdere stroom van het leven deel te kunnen blijven nemen.
Soms drijven we hierin onvermijdelijk tegen een obstakel aan. Uiteraard niet altijd prettig, maar we kunnen er beter even naar kijken om te zien wat ons heeft tegengehouden, zodat we weten hoe we ons hier naar eigen kunnen het beste van kunnen afzetten en in welke richting ons dit het beste lijkt. Het kan ons wat tijd kosten om de juiste overweging te maken, maar als we verder in de stroom mee willen gaan, zullen we ons op een zeker moment moeten laten gaan, of kunnen we ervoor kiezen ons in een zelf bepaalde richting af te zetten van dat wat ons tegenhield.
Hoe dan ook zal er (zelf)vertrouwen nodig zijn om verder te gaan. En daarvoor is (zelf)kennis nodig, zodat we weten welke persoonlijke kwaliteiten en talenten ons behulpzaam kunnen zijn.

Een goede begeleider helpt je om zelf de kracht van je persoonlijke hulpbron(nen) te ontdekken, zodat (zelf)vertrouwen kan groeien en een besluit van binnenuit genomen kan worden.

donderdag 21 april 2011

Iedereen kan boven zichzelf uitstijgen

De meeste mensen die bij mij op consult komen, leggen een probleem voor waardoor zij zich al korte of langere tijd niet gelukkig voelen. De een plaatst de oorzaak ver buiten zichzelf en geeft misschien de hele wereld de schuld, terwijl de ander louter zichzelf als de grote falende partij ziet. Weer anderen zien in dat zij zelf onderdeel van een groter geheel zijn en zoeken naar mogelijkheden, die zij kennelijk even over het hoofd zagen vanwege de overweldiging van het probleem.
Een ieder van hen heeft op de een of andere manier onvoldoende zicht op de mogelijkheden die (nog wel) voor handen zijn om hen verder te helpen. Dit komt niet in de laatste plaats omdat velen van ons (binnen deze samenleving) van huis uit hebben geleerd dat je overal flink je best voor moet doen, omdat je anders niet zal slagen. Er moet vooral hard gezwoegd worden en kennelijk dient er ook pijn te worden geleden om iets te bereiken. 'Wie niet werkt, zal niet eten'  is een bekende (bijbelse) uitspraak die velen zich nog zullen herinneren.
We hebben geleerd om extra aandacht te schenken aan onze lagere rapportcijfers. Zwoegen, eraan trekken, bijlessen, etc. hebben velen van ons bergen energie gekost. Zelfs als je kwaliteiten daar niet lagen, werd er gepushed om die ene 5 met minimaal een puntje op te trekken. Onder een dergelijke manier van ‘stimuleren’ bleken zelfs goede cijfers te lijden te hebben. Alle energie die het die ene 5 voor rekenen kostte om een 6 te worden, leek af te brokkelen van bijvoorbeeld een 8 voor taal, gym, of tekenen.  Het gevoel dat we hieruit overhielden leek ons te vertellen dat zwoegen misschien toch niet hielp, waardoor niet zelden demotivatie het resultaat was van (goed bedoelde) motivatie. Met een gemiddelde leerling (mens) als resultaat.

Gelukkig zijn er tegenwoordig methodes voor handen die ons stimuleren vanuit wat we (wel) goed kunnen. Ieder mens heeft wel een bijzondere eigenschap of uniek talent, waarmee we kunnen starten. Van hieruit kunnen we bekijken wat nog meer nodig is, of kan zijn, om deze bijzondere eigenschap verder te ontwikkelen. Onze persoonlijke kwaliteiten/talenten kunnen daarmee tevens het stimulerende startpunt zijn waarmee we zelf verder kunnen bouwen aan ons eigen gelukkige bestaan.
Uiteraard spreekt het voor zich dat er inderdaad (hard) gewerkt zal moeten worden als wij iets willen bereiken. Het maakt het alleen wel stukken aangenamer en vertrouwder als we onze eigen basiskwaliteiten/ talenten daarbij kunnen inzetten.

Er zijn steeds betere leermethodes die leerlingen kunnen laten starten vanuit hun eigen basiskwaliteiten. Het vergt hier en daar wat investering, maar hopelijk ziet onze samenleving in dat we uiteindelijk meer talent zullen creëren en ontwikkelen als we uitgaan van de basiskwaliteit van de mens. Op deze wijze zijn we beter in staat boven ons eigen gemiddelde uit te stijgen en kweken we meer kwaliteit om als samenleving aan verbetering voor iedereen te werken.
Op deze manier kunnen we dichter bij onszelf blijven en zal het voor velen gemakkelijker zijn om keuzes te maken (opleiding, werk, etc.). Ook een 'zesjescultuur' zou daardoor minder gauw ontstaan.

Ook binnen het bedrijfsleven heeft men inmiddels methodes ontdekt en ontwikkeld, waarmee talenten eerder aan het licht komen, zodat deze ten gunste van het bedrijf ingezet kunnen worden. Door te beseffen dat door goede samenwerking (d.m.v goede communicatie) ontwikkelingen beter tot stand komen, leert men de kracht van zelfbewust samenwerken steeds beter kennen.

De ‘oude’ benadering zit bij velen van ons nog (onbewust) verankerd in ons systeem en het collectieve bewustzijn zeult hier waarschijnlijk nog wel even mee rond. Ondertussen kunnen we (bewust) stappen zetten die de ontwikkeling naar verbetering zullen voortzetten

Wat mijn cliënten betreft zal ik zo veel mogelijk onderzoeken met welke persoonlijke (basis)kwaliteiten zij in staat zullen zijn om zo snel mogelijk zelf het heft (weer) in eigen hand te kunnen nemen, zodat men zich weer 'manager van het eigen leven' voelt.

“Ons leven is een ontwikkeling waarin we meerdere malen de kans krijgen om boven ons eigen gemiddelde uit te stijgen.”

dinsdag 12 april 2011

Er is gelukkig nog van alles wél goed

Als een probleem zich aandient, komen daarbij dikwijls negatieve gevoelens naar boven. Begrijpelijk, want deze emoties zijn nogal indringend en trekken dus enorm de aandacht. En zie de energie die daaruit ontstaat dan maar weer eens kwijt te raken!

Wij mensen zijn door de eeuwen heen altijd grote veroorzakers van problemen geweest. Door ervaring en denkwerk hebben we daarvoor ook allerlei benaderingen en methodieken bedacht, waardoor we ook weer hebben geleerd om ze op te lossen, of hiermee om te gaan. En telkens als er weer nieuwe problematiek ontstond, dachten we na over hoe we dit nog beter konden aanpakken. Naast de ‘probleemaanpakkers’ hebben we ook altijd te maken gehad met een grote groep die juist voor problemen wegloopt. In beide gevallen staat ‘het probleem’ echter nog steeds prominent in de ‘spotlights’ als veroorzaker van het rotgevoel, waarmee we te maken krijgen als gevolg van wat ons overkwam.

De meeste traditionele oplossingsprocessen analyseren in eerste instantie het probleem. Meestal om te ontdekken en te begrijpen waar een oorzaak zou kunnen liggen. En omdat ‘niet’ eigenlijk niet bestaat (probeer nu bijvoorbeeld maar eens niet te denken aan de Eiffeltoren), confronteren wij ons niet alleen met het probleem en de gevoelens die daarbij naar boven komen, maar ook met de gevoelens en mogelijke problemen die daarachter weer schuilen. Het is daarom ook dat sommige mensen vaak uitstellen of verzuimen om een probleem op te lossen. Het kost immers veel energie als je (weer) met al die emoties en gebeurtenissen in aanraking komt.

Graven naar een oorzaak blijkt hier en daar nodig, maar er zijn ook problemen die anders aangepakt kunnen worden. In plaats van hard proberen te begrijpen waarom iets niet werkt, kunnen we ook de aandacht richten op het uitvinden en toepassen van wat wel werkt. Dat klinkt simpel, maar het blijkt even wennen te zijn, omdat we veelal nog vast blijken te zitten in ons oude stramien van denken vanuit het probleem. En wie goed oplet, ziet dat we daarmee inmiddels vergroeid zijn, want we blijken vooral vaak te focussen op dat wat mensen mankeert. Als iemand bijvoorbeeld niet goed kan leren, zoeken we naar de oorzaak en als we die hebben vastgesteld, kunnen we er weer een ‘label’ aan toekennen. Dat gaat vaak goed, maar kan ook wel eens anders uitpakken. Mede omdat wij eenvoudigweg niet altijd in een duidelijk aanwijsbaar hokje passen. Je kunt je voorstellen wat er zou kunnen gebeuren als je in het ‘verkeerde hokje’ terechtkomt.
Als iemand bijvoorbeeld werkeloos is en niet gemakkelijk weer aan het werk komt, zoek men naar een rede. Dat is beslist van belang, maar hiermee komt de focus ook weer te leggen op hetgeen mankeert aan de werkzoekende. We kunnen zo iemand bijvoorbeeld het label ‘kansarm’ opplakken. En hoe langer een werkeloos iemand benaderd zal worden vanuit de visie dat er van alles aan hem/haar, of zijn/haar situatie mankeert, omdat we hem/haar als ‘kansarm’ hebben bestempeld, hoe groter de kans dat deze zich als zodanig zal gaan gedragen. Afhankelijk van achtergrond, verstandelijk vermogen, etc. zal het afbreuk doen aan zelfbeeld en zelfvertrouwen. En ook hierbij kan men zich zo ongeveer wel voorstellen hoe dat er zal gaan uitzien.

Gelukkig zie je dat er langzaam maar zeker ook mensen voor het voetlicht verschijnen die in staat blijken te zijn om anders om te gaan met problematiek. Zij zijn in staat het goede te belichten en daarmee aan de slag te gaan, zodat (zelf)vertrouwen weer kan toenemen.
Je kunt je vast ook wel indenken hoe het voelt om na een (grote of kleine) prestatie een zekere trots te ervaren. Dat gevoel kan een prachtige (eerste) bouwsteen zijn waarop een volgende, weer een volgende en nog meer bouwstenen gestapeld kunnen worden, waarmee ieder mens, naar eigen vermogen, een prachtig persoonlijk ‘bouwwerk’ kan neerzetten.
Onlangs stuurde een vriend mij een DVD toe met een Brandpunt-reportage. Fons de Poel interviewde Aad van Nes, de ‘arbeidsmarktmeester’ van Rotterdam. “Als iemand vier weken niet meer werkt, kijkt hij mij niet meer recht in de ogen. Als je drie maanden niet meer werkt, ga je niet meer met het openbaar vervoer, omdat je denkt dat mensen aan je kunnen zien dat je niet werkt. Als je 12 maanden niet werkt, is de enige die nog met je praat je hulpverlener". Hij stelt dat er een voortdurende vraag is naar arbeidskrachten die in werkelijkheid niet bestaan (hoge opleiding, veel ervaring, veel flexibititeit en zo laag mogelijk betaald), terwijl mensen die er wel zijn, ziek en doelloos hangen aan  een ‘infuus' van regelingen. Hij werkt daarom oplossingsgericht aan het zelfvertrouwen en de trots van mensen die in een periode daarvoor nog een laag zelfbeeld hadden en weinig perspectief leken te hebben.

Psychotherapeut Steve de Shazer, een der belangrijkste grondleggers van het oplossingsgerichte werken, ontwikkelde een prachtige methodiek en bracht daarmee veel mensen naar een hoger plan, dan zijzelf ooit voor mogelijk hadden gehouden.

Ook ik juich deze oplossingsgerichte aanpak (waar mogelijk) enorm toe, omdat ik inmiddels binnen mijn praktijk heb ervaren dat mensen eerder in staat zijn de draad weer (constructief) op te pakken, als ze voelen dat iets van hun persoonlijke kracht altijd (nog) aanwezig - en inzetbaar is. Het is prachtig om te zien als mensen ervaren dat er gelukkig nog van alles wél goed is, dat zij daardoor (weer) zelfredzamer worden en in staat zijn zichzelf neer te zetten en daardoor ook (weer) momenten van geluk kunnen ervaren.

“Zelfvertrouwen kan groeien als je contact legt met - en werkt vanuit je persoonlijke kracht.”

woensdag 6 april 2011

Het universum voorziet als je eraan deelneemt.

Steeds vaker krijgen we uitspraken als ‘verbinding met jezelf zoeken’, ‘doen wat bij je past’, ‘je eigen keuzes maken’, ‘je dromen waarmaken’, etc. om onze oren. Prachtige kreten die ons allen in meer of mindere mate wel aanspreken. Hierachter lonkt immers onze ultieme vrijheid.
Wat zou het geweldig zijn als we eindelijk eens zouden kunnen gaan doen wat bij ons past. En ja, heerlijk om je dromen nu eens waar te kunnen gaan maken, want ‘leef je dromen’ is nog zo’n kreet.

Toen ik onlangs mijn groente stond te wegen in de supermarkt, werd ik onbedoeld getuige van een gesprek tussen twee dames. ‘Ik houd van mensen; ik ben een mensenmens. Ik denk ook altijd aan een ander en ik kan niet tegen onrecht. Zo ben ik gewoon. Ik vind dat iedereen gewoon z’n ding moet kunnen doen, weet je’. Ik schatte de dame rond de veertig en hoorde haar op luide toon verder vertellen dat ze op een keerpunt in haar leven had gestaan en haar droom ‘gewoon’ had waargemaakt. Ze hadden nog een kamer over in huis en daar was ze dan haar nagelstudio begonnen.
‘Ik wist niet dat dit al zo lang je droom was’, sprak de iets oudere dame tegenover haar, met een vraagtekengezicht. Waarop ze ineens fronste en antwoordde; ‘Nee, het bleek ook niet echt mijn droom, maar ja, je kunt niet al je dromen waarmaken, hè. Anders zou ik nu denk ik wel wat anders doen. Ik zou eigenlijk niet weten wat, maar ik zou zeker niet élke dag met nagels bezig willen zijn. Hoewel ik het eerst wel dacht. Ja sorry, maar soms komt het echt mijn keel uit. Dus ik denk dat ik misschien liever iets anders met mensen had willen doen’. De oudere dame viel stil en haar ‘vraagteken’ werd zichtbaar groter. ‘Ja ach’, ging ze verder, ‘je moet toch wat, hè. Maar goed, ik heb er nu in geïnvesteerd, dus ik zal wel zien hoe lang ik het volhoud. Haar gezicht was rood aangelopen en ze toonde zich ineens ongemakkelijk. ‘Maar goed, ik moet opschieten, want ik moet vroeg koken’, zei ze ineens gehaast en liep richting kassa, terwijl de iets oudere dame, tussen de bloemkolen en de andijvie, bijna zelf in een vraagteken was veranderd. ‘Ik heb mijn droom gewoon waargemaakt’, had zij haar gesprekspartner immers horen zeggen …..

Gelukkig zijn er een overschot aan methodes om je dromen te verwezenlijken. Sommigen vertellen je dat je slechts een beeld hoeft te vormen van je droomwens, om het vervolgens aan het universum te geven, het los te laten en als het als een vervulde wens weer terug te krijgen. “Toen ik mijn droom had losgelaten, kwam het op mijn pad”, zo vertelt men achteraf. Aha, dát klinkt makkelijk!

Wie zijn/haar droom wil waarmaken komt er vroeg of laat achter dat het niet zo vanzelf gaat als dikwijls wordt beschreven. Er is een plan nodig waaraan je op z’n minst met enige structuur aan kunt gaan werken. Vaak weet je al waar je hart ongeveer naar uitgaat. Tegen het licht van je competenties zie je vaak al of het haalbaar is, of - zal kunnen worden. En als je heel graag wilt en weet dat je het in je hebt om te gaan doen wat je wenst, kun je stappen gaan ondernemen om je nieuwe ‘fundament’ te leggen.

Je zult bereid moeten zijn om fouten te maken en om je open en kwetsbaar op te stellen.
Naast de euforische momenten zullen er ook lastige momenten op je pad komen. Want waar
eerst controle was (bijvoorbeeld in je oude ‘vertrouwde’ leventje, of het ultieme ‘plaatje’ van je droom), zou je het nu zomaar eens een keer kunnen verliezen. Positief of negatief, alles zal in het licht van je eigen ontwikkeling komen te staan.
Vertrouwen, wilskracht, moed, verbeeldingskracht, visie, veel geduld en (zelf)discipline zullen nodig zijn om vanaf de nieuwe basis te kunnen beginnen.
Je wordt opnieuw een kind dat moet leren lopen. En dat lukt alleen als je niet bang bent om te vallen. Want of je veel of weinig talent hebt, je komt onherroepelijk ook een keer te vallen tijdens het proces. Je moet daartoe ook bereid zijn, want de meeste dromen komen niet vanzelf tot stand.

Succesverhalen die gekoppeld zijn aan positief gekleurde methodes, zijn veelal verhalen achteraf, of willen je iets verkopen. De werkelijkheid is doorgaans dat je moeite zult moeten doen om je droom te verwezenlijken. En daar is kracht; geloof in jezelf en doorzettingsvermogen voor nodig. En als je dááraan werkt kan een succesverhaal inderdaad tot stand komen. Het oefenen van de nodige vaardigheden behoort tot het opbouwen van dat vermogen. Je bent daarmee het ‘kind’ dat leert lopen door te vallen en op te staan. En hoe meer je valt, hoe vaker je de kans krijgt om weer op te staan, zodat je opnieuw je aandacht kunt focussen. Net zolang tot het voelt als je eigen jas die je veel draagt en steeds lekkerder begint te zitten.

Veel methodes kloppen, maar het universum zal pas voorzien als je beseft dat je er een onderdeel van bent en je er actief aan deelneemt, door te volharden en blijvend te werken aan het vertrouwen in je plan, je hulpbronnen en vooral jezelf.